Het leven zoals het is in de kringwinkel: poetsen, ontsmetten en mondmaskers dragen

‘Mij krijgen ze zo gek niet, nooit van mijn leven draag ik zo'n ding!’

De klanten kuieren door de winkel en begroeten elkaar uitbundig, het is een vrolijk weerzien. Het lijkt wel of het probleem is opgelost, alsof er niets meer aan de hand is. Helaas weten we beter. Rino Feys bericht over leven en werken in coronatijden in een kringwinkel in West-Vlaanderen.

De grote winkels openen op maandag. Wij, de kleintjes, beginnen pas op dinsdag. Ik bel ‘s maandags in de late namiddag naar een collega die al aan het werk is, om te horen hoe het gaat. ‘We hadden ons voorbereid op een stormloop, we dachten dat mensen massaal spullen binnen gingen brengen aangezien iedereen wekenlang tijd zat had om op te ruimen. Daarnaast hielden we er rekening mee dat we de eerste dagen niet zoveel klanten zouden zien, dat de mensen het uit voorzorg in het begin nog rustig aan zouden doen. Maar het is precies het omgekeerde: stil aan het brengerskotje en veel volk in de winkel.’ Verder verbaast hij zich er ook over dat sommigen het niet al te nauw nemen met de veiligheidsvoorschriften.

De volgende ochtend zijn wij aan de beurt. Behalve Lola is iedereen van de partij. De sfeer zit er meteen goed in, je voelt dat de collega’s er, na de wekenlange eenzame opsluiting, zin in hebben. Aangezien de winkels niet allemaal op hetzelfde moment openen, is David, de werkleider van Zwevegem, hier ook. Volgende week is het zijn beurt om terug open te gaan, maar vandaag zal hij de toestroom op onze parking in goede banen proberen te leiden.

Elke dag gaan we nu een ‘coronachef’ aanstellen, iemand die na iedere pauze de eet- en rustruimte moet ontsmetten.

Het poetsen, dat vroeger eerder bijkomstig was, heeft zich opgewerkt tot één van de hoofdrolspelers binnen de werkverdeling. Elke dag gaan we nu een ‘coronachef’ aanstellen, iemand die na iedere pauze de eet- en rustruimte moet ontsmetten. Ali heeft de eer de allereerste te zijn, we overlopen samen wat er van hem verwacht wordt.

Met een vel keukenpapier en wat ontsmettingsmiddel gaat de coronachef over de pomp van de koffiekan, de schakelaar van de koffiemachine en de toetsen van de microgolfoven. Neemt nog wat product en reinigt de handgrepen van de keukenkasten en de koelkast, iedere deurklink, en gaat tenslotte ook nog eens over alle stoelen en de tafels, zowel binnen als buiten.

Ali schudt het hoofd, dat kan ik toch niet menen! Maar het wordt nog erger. Er was voorheen een pauze in de voormiddag, een pauze ‘s middags en eentje in de namiddag. Omdat we niet met z’n allen samen in één ruimte zouden moeten zitten, hebben we elke pauze nu in twee gesplitst. Dat betekent dat de coronachef de refter een eerste keer na de werkverdeling, en daarna nog zes keer zal moeten ontsmetten. ‘s Avonds moet hij bovendien de vloer dweilen, en ook die van de kleedkamers.

Van wie ‘De Grote Prijs’ heeft - wat betekent dat hij of zij een hele week lang verantwoordelijk is voor propere wc’s - werd in het verleden verwacht dat de toiletten de eerste werkdag gepoetst werden en daarna elke dag nagezien wordt op wc-papier of ongevallen. Nu moeten de toiletten elke dag tweemaal ontsmet worden, wasbak, closetpot en urinoir, met inbegrip van de muren. En elke morgen dient de vloer gedweild en worden er verse handdoeken gebracht.

Maar er is ook nog ander, extra werk. Elke dag zal iemand nu het verkeer moeten regelen op onze parking en de klanten wijzen op de verschillende bakken waar ze hun goederen kunnen deponeren.

Iemand anders zal de klanten beleefd maar kordaat moeten aansporen om hun handen te ontsmetten, en erop staan dat ze een ontsmet mandje nemen.

Iemand anders zal de klanten beleefd maar kordaat moeten aansporen om hun handen te ontsmetten, en erop staan dat ze een ontsmet mandje nemen. Dankzij deze mandjes kunnen we bijhouden hoeveel mensen er in de winkel aanwezig zijn. De gebruikte mandjes geven ze nadien terug aan onze collega die ze apart zet tot hij ze opnieuw kan ontsmetten.

Er moet de hele tijd iemand bij de pashokjes staan die, telkens een klant het pashokje verlaat, de kapstok en het stoeltje ontsmet. Het levert een pak extra werk op. Het komt erop aan om inventief te zijn.

Alle medewerkers moeten een mondmasker dragen, behalve wie aan kassa werkt - dankzij het plexischerm - of wie in zijn eentje achteraan sorteert. We mogen allemaal twee maskers kiezen. Ze werden door collega’s vervaardigd met stoffen in allerlei kleurrijke motiefjes, maar de poging tot vrolijkheid stemt me eerder weemoedig omdat ik erdoor herinnerd word aan tijden waarin we nog onbezorgd konden bewegen, elkaar handen mochten geven of op de schouder slaan, amper enkele maanden geleden.
‘s Avonds moeten we ons masker mee naar huis nemen, het eventjes koken in een pannetje, laten drogen en ‘s morgens dan weer meebrengen.

Nesar probeert er eentje, het lint breekt af. ‘Made in China’, mompelt hij droog.

Daarna trekken we met z’n allen gemaskerd de winkel in, om onze aangepaste werkposten te bezetten. Het is nog vijf minuten voor de deuren opengaan, maar een tiental klanten wacht al aan de poort. Een oudere man kijkt me aan terwijl hij met ontsmettingsmiddel in zijn handen wrijft. ‘Niet gemakkelijk zeker, om mee te werken, zo’n mondmasker?’ ‘Het ergste is dat mijn bril de hele tijd beslaat.’

Plots ontsteekt hij in een tirade. ‘Mij krijgen ze zo gek niet, nooit van mijn leven draag ik zo’n ding! Het is belachelijk! Ik doe niet mee aan heel die maskerade!’

Iets later weigert een anderstalige man een winkelmandje. Met handen en voeten moeten we hem uitleggen dat we verplicht zijn om er eentje mee te geven want dat we hem anders de toegang moeten ontzeggen. Tenslotte neemt hij een mandje mee de winkel in.

‘Mij krijgen ze zo gek niet, nooit van mijn leven draag ik zo’n ding! Het is belachelijk! Ik doe niet mee aan heel die maskerade!’

In de namiddag komen de klanten massaal toegestroomd, terwijl een hele rij auto’s volgeladen met spullen oprijden. Het materiaal stapelt zich op, het nieuwe sorteersysteem raakt oververhit. De klanten kuieren door de winkel en begroeten elkaar uitbundig, het is een vrolijk weerzien. Het lijkt wel of het probleem is opgelost, alsof er niets meer aan de hand is. Oef!

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Helaas weten we beter.

Ondertussen lopen de kinderen joelend tussen de rekken. Eén kind ligt op de grond, het maakt zwembewegingen.

Hier staan anderstalige dames vrolijk met elkaar te babbelen, daar proberen twee bejaarde mannen om beurten een oude verrekijker. Dertigers wachten hun beurt af om de bakken met vinyl te doorbladeren. Enkele weken geleden zou dit allemaal normaal geweest zijn, nu lijkt het bijna hallucinant.

Wanneer we klanten op het plakkaatje met ‘Afstand houden’ wijzen, deinzen ze snel uiteen, en is het gelukkig maar een enkeling die ons meewarig aankijkt.

Kort voor sluitingstijd komt er een Afghaanse vrouw met een kinderwagen aan kassa. Ze knikt me toe. Ze woont hier nu vier jaar maar haar Nederlands is verbazingwekkend goed. En ook al draagt ze een mondmasker, toch zie ik haar brede glimlach.

‘Ik ben zo blij dat ik weer mag komen meneer Rino!’ De vrouw die anderhalve meter achter haar staat, knikt instemmend. ‘Je moest eens weten hoe gelukkig we allemaal zijn dat jullie opnieuw open zijn! Het was om gek te worden, niet een keertje tot hier kunnen komen, mijn favoriete winkel die gesloten was!’ Ze knikt naar de oudere man die nog eens anderhalve meter achter haar staat, ook een vaste klant, oorspronkelijk afkomstig uit Somalië en van wie ik ondertussen weet dat hij een heel stuk minder nors is dan hij eruit ziet.

‘Het is toch waar!’ De man knikt, slaat zijn ogen neer, kijkt op met de blik van een betrapt iemand - het is een man van weinig woorden, ik zou niet weten hoe zijn stem klinkt - en hij houdt niet van aandacht. Maar voor vandaag maakt hij een uitzondering, en de grimmige ontevredenheid maakt plaats voor een wat onbeholpen glimlach.

‘Ja, is waar.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Kringloopmedewerker, schrijver en blogger

    Rino Feys werkt in de kringloopwinkel waar hij dagelijks vaststelt dat inlanders en nieuwkomers perfect kunnen samenwerken waarbij er niet zelden mooie vriendschappen ontstaan. En dat het waar is.