Expertenpanel interlandelijke adoptie zoekt antwoorden op ethische vragen

‘Zullen we arme Vlaamse kinderen laten adopteren door rijke Rwandese gezinnen?’

© Gie Goris

 

Ze werd klinisch psychologe terwijl ze al aan het werk was in de sector van mentale welzijnszorg. In haar werk met kwetsbare jongeren viel het haar op dat daar geregeld jongens of meisjes bij waren met een achtergrond die ze maar al te goed kende: ze waren afkomstig uit het Zuiden en geadopteerd in België. Miranda Ntirandekura Aerts is zelf afkomstig uit Rwanda, werd als vijfjarig kind naar België gevlogen en groeide vervolgens op in en rond Antwerpen.

‘Ik kan mijn accent niet verstoppen’, lacht ze. Het is die eigen geschiedenis en de confrontatie met zoveel gekwetste kinderen, jongeren en later ook volwassenen die haar extra gevoelig maakte voor het thema “interlandelijke adoptie”.

Nadat dit voorjaar een serie artikelen verscheen in de pers over waarschijnlijke fraude met adoptie in Ethiopië, beloofde toenmalig minister Jo Vandeurzen (CD&V) dat er een expertengroep opgestart zou worden. Die moest de klachten onderzoeken en eventueel voorstellen ter verbetering formuleren. De minister beloofde ook dat mensen met een adoptieachtergrond betrokken zouden worden. Maar in september bleek de expertengroep samengesteld te zijn zonder dat een van die activisten geïnformeerd, laat staan uitgenodigd was. Ntirandekura Aerts en enkele collega’s schreven een open brief en stapten ermee naar de media.

Resultaat: Miranda Ntirandekura Aerts en Christof Bex werden toegevoegd aan het panel. Aerts neemt deel omwille van haar expertise als psychologe, Bex als doctoraal onderzoeker over adoptie vanuit Bolivië. Toch werden ook bij de jongste bespreking nog vragen gesteld bij de “emotionele betrokkenheid” van deze experts bij het thema.

‘Het zou goed zijn als onderzoekers of beleidsmakers vaker zouden kijken vanuit de visie van de betrokkenen’

‘Ja, ik ben emotioneel betrokken’, zegt Ntirandekura Aerts. ‘Maar in mijn psychologische praktijk ervaar ik heel vaak dat de verhalen van cliënten raakvlakken hebben met mijn eigen leven. Betrokkenheid is geen slechte zaak. Integendeel, het zou goed zijn als onderzoekers of beleidsmakers vaker in staat zouden zijn om het thema te bekijken vanuit de visie van de betrokkenen.’

‘Dat betekent niet dat het altijd over mijn verhaal moet gaan. Ik ben me trouwens pas echt publiek en professioneel met adoptie beginnen bezighouden eenmaal mijn eigen verhaal voldoende uitgeklaard was.’

“Arme kinderen uit een arm land”

‘Het onderzoek naar interlandelijke adoptie kan niet doen alsof de enorme diversiteit van die groep geen culturele uitdagingen met zich brengt,’ zegt Ntirandekura Aerts, ’ of dat de verplaatsing van kinderen uit de ene context naar de andere niets doet met dat kind. Onze expertise is dus echt een toegevoegde waarde voor de overwegend juridisch, ethische en historische achtergrond van de oorspronkelijke experts in het panel. Bovendien voegen we een doorleefd perspectief toe aan de academische benadering van de anderen.’

‘Hoe ethisch is die interlandelijke adoptie, en moeten we daar wel mee blijven doorgaan?’

Ntirandekura Aerts weet nog niet goed wat te verwachten van het panel. Het heeft een jaar de tijd en een beperkt budget, maar wel een ruime opdracht: de concrete dossiers uit Ethiopië, interlandelijke adoptie in het algemeen, een geschiedenis van meer dan vijftig jaar. ‘Een van de vragen die ik graag op tafel zou zien komen, is: hoe ethisch is die interlandelijke adoptie, en moeten we daar wel mee blijven doorgaan? Op dit moment is mijn mening dat er in elk geval onvoldoende omkadering is om het goed te doen.’

‘Er zijn intussen al veel getuigenissen van interlandelijk geadopteerden waaruit blijkt dat het oorspronkelijke verhaal van hun adoptie niet klopt: er is fraude, papieren die vervalst zijn, gegevens die niet kloppen, namen die vervalst zijn, tot ontvoering en kinderhandel’, zegt Miranda Ntirandekura Aerts. ‘Daarom is het zo dringend om te gaan kijken wat er misgelopen is, welk wettelijk kader er was, wie verantwoordelijk was, wie nalatig… De problemen duiken trouwens ook nog op in adoptie van Congolese kinderen in 2015, dat is toch recent.’

Het is niet dat er geen wettelijk kader gecrëeerd is, alleen werd dat niet altijd erg strikt opgelegd of opgevolgd. En dat, zegt Miranda Ntirandekura Aerts, heeft te maken met de fundamentele visie op interlandelijke adoptie, die ze ‘in wezen koloniaal en paternalistisch’ noemt: ‘Men heeft altijd gedacht en gehandeld vanuit de idee dat adoptie arme kinderen uit een arm land nieuwe kansen gaf. Door adoptie als wezenlijk goed te beschrijven, werd het veel moeilijker om de problemen onder ogen te zien of te gaan onderzoeken.’

‘Door adoptie als wezenlijk goed te beschrijven, werd het veel moeilijker om de problemen onder ogen te zien of te gaan onderzoeken’

Ntirandekura Aerts stelt grote vraagtekens bij dat positieve narratief over adoptie: ‘Is dat het beste wat je voor dat kind in die situatie kan doen? Kunnen de aanzienlijke bedragen, die nu uitgegeven worden voor interlandelijke adoptie, niet op een andere en betere manier gebruiken en ervoor zorgen dat een kind dichter bij huis, in zijn eigen context op een goede manier kan opgroeien?’

Toen de vijfjarige Miranda Ntirandekura Aerts geadopteerd werd, voldeed ze niet aan het stereotiepe beeld van een adoptiekind. Ze zat niet weg te kwijnen in een overbevolkt weeshuis zonder middelen, maar groeide op met zusjes en broers bij haar moeder. Die had het kwaad als alleenstaande moeder en gaf daarom uiteindelijk toe aan het adoptievoorstel van een Belgische pater. Ntirandekura Aerts: ‘Die ervaring is minder uitzonderlijk dan je zou denken. Vaak is er minstens één ouder nog in leven, en zelfs als beide ouders er niet meer zijn, blijft er vaak nog familiale context over die perspectief zou kunnen geven.’

(c) Gie Goris

 

Rouwen om verlies

‘Het is voor heel veel geadopteerden een grote uitdaging om hun eigen plaats in de heel nieuwe context van gezin en omgeving te vinden. Sommigen slagen erin een grote inhaalspurt te doen en ontwikkelen in positieve zin, voor anderen zijn de moeilijkheden te groot waardoor ze in ernstige emotionele of psychologische problemen terechtkomen. Er zijn zelfdodingen of pogingen daartoe, anderen belanden langdurig in een residentiële psychiatrische voorziening of in de gevangenis ten gevolge van strafbare feiten.’

‘Elke adoptie start met verlies, maar kinderen krijgen vaak geen ruimte om te rouwen’

Miranda Ntirandekura Aerts wil niet veralgemenen: ‘Ik vind het heel moeilijk om te stellen dat elke geadopteerde een trauma heeft, maar elke adoptie start wel met verlies. Je verliest je biologische ouders of context, en dat laat littekens na, die niet altijd door de tijd geheeld worden. Alleen goede en gepaste zorg kan dat doen. En net dat ontbreekt. Kinderen krijgen vaak geen ruimte om te rouwen om hun verlies, van hen wordt verwacht dat ze meteen meestappen in de nieuwe omgeving. Hoe kan je rouwen zonder je eigen taal? Het besef van dat verlies komt vaak pas terug op latere leeftijd. Dat heeft opnieuw te maken met dat dominante narratief dat de nadruk legt op alles wat zo’n kind gekregen heeft, waardoor er minder ruimte overblijft voor wat verloren ging of voor de lastige gevoelens.’

‘Zelfs als je een heel goede plek krijgt in het adoptiegezin, zijn er toch altijd mensen die je op je anders-zijn wijzen’, zegt ze. ‘Ik kan mijn Antwerps accent niet verstoppen, toch zijn er altijd mensen die me aanspreken in eender welke taal, maar niet in het Nederlands. Daarmee zeggen ze: “Die is niet van hier.” Dat is geen fijne boodschap op een moment dat je zoekende bent naar wie je bent. Je kan nog zo goed geïntegreerd zijn, toch blijf je altijd de vreemde. Andere jongeren met een migratie-achtergrond worden daar ook mee geconfronteerd, maar zij groeien wel meestal op in een thuiscontext of gemeenschap waarin ze cultuur en gebruiken delen, terwijl je als geadopteerde opgroeit in een witte context waaraan je je zo goed mogelijk probeert aan te passen maar door anderen toch steeds op je anders-zijn gewezen wordt met de clichévragen “Van waar kom je écht” of “Hoe komt het dat je zo goed Nederlands spreekt?”

Je klaagt terecht aan dat je voortdurend teruggeduwd wordt in de positie van “de andere”, maar dat belet niet dat je zelf ook actief blijft zoeken naar die “andere kant” van jezelf.

‘Anders-zijn wordt vaak gezien als minderwaardig of negatief’

Miranda Ntirandekura Aerts: Omdat dat ook deel van mijn realiteit is. Hoe goed ik ook geïntegreerd ben, telkens ik in de spiegel kijk, zie ik dat ik oorspronkelijk niet van hier ben. Daar hangt een eigen verhaal en geschiedenis aan vast. Maar in Vlaanderen zijn we echt slecht in de omgang met anders-zijn, dat heb ik ook gemerkt toen ik in het buitengewoon onderwijs werkte of in mijn werk met mensen met mentale problemen. Anders-zijn wordt vaak gezien als minderwaardig of negatief. Dat gaat niet gewoon door de tijd of de generaties verdwijnen, tenzij we er bewust aan werken. Dat begint met een bewuste keuze voor diversiteit als iets positiefs. En dus met het erkennen dat een volledig wit expertenpanel vandaag niet meer ok is, ook als het niet over adoptie gaat. Idem voor de werkvloer, de media, de politiek… De negatieve reacties op de term “witte mensen” in onze Open Brief zijn wat dat betreft veelzeggend.

(c) Gie Goris

 

Dat verbindt de acties rond interlandelijke adoptie ook met de strijd om de samenleving te dekoloniseren.

Miranda Ntirandekura Aerts: Koloniale verhoudingen zijn machtsverhoudingen, en die drukken zich uit in de manier waarop gekeken wordt naar andere landen, in de idee van het arme Zuiden en het rijke Westen. Iedereen blijft het daarom heel gewoon vinden dat kinderen uit heel veel Afrikaanse landen hier toekomen voor adoptie, maar de meeste mensen verschrikt opkijken als ik de rollen omkeer en voorstel dat arme kinderen uit België voor adoptie naar rijke Rwandese gezinnen gevoerd zouden worden. Wij hebben moeite met de idee dat er welstellende Afrikanen zijn die heel goed in staat zijn kinderen op te voeden.

‘Koloniale verhoudingen zijn machtsverhoudingen, en die drukken zich uit in de manier waarop gekeken wordt naar andere landen’

Je was betrokken bij een radioprogramma van de VRT en bij de vernieuwing van het Africa Museum. Omdat dat belangrijke plekken zijn waar een andere beeldvorming tot stand kan komen?

Miranda Ntirandekura Aerts: De vernieuwing van het Africa Museum was wel wat een teleurstelling. Men had daarin veel verder kunnen gaan. Ik blijf wel hopen dat dialoog tot verandering kan leiden. Als dat niet het geval is, moeten we het in de media brengen.

Zijn de media ontvankelijk voor jullie roep om als gelijken gezien en behandeld te worden?

Miranda Ntirandekura Aerts: We worden nog te veel ingezet als symbooldeelnemer, op momenten dat ze ons nodig hebben, rond specifieke thema’s, terwijl het respect voor de persoon zoals hij is, met alle expertise en in zijn volledige zijn, nog mankeert. Er zijn stappen gezet, maar er zijn er nog heel veel te zetten.

Je gaat ook geregeld terug naar Rwanda, sinds 2016 jaarlijks. Speel je daar ook een rol in het maatschappelijk debat of ben je daar gewoon bezoeker en buitenstaander?

Miranda Ntirandekura Aerts: Ik voel mij in Rwanda geen buitenstaander. Ik probeer ook altijd contact te nemen met mensen die van daaruit bezig zijn met bijvoorbeeld interlandelijke adoptie of jeugdbeschermingsmaatregelen. Dat lukt trouwens vlotter dan een afspraak maken met iemand van het beleid hier.

De podcasts van MO* zijn te beluisteren via Soundcloud, Apple Podcasts, Stitcher en Radiopublic.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur