Vrijhandelsakkoorden staan haaks op Europese Farm to Fork-strategie en Green Deal

Vrijhandel in tijden van corona en greenwashing voor gevorderden

liggraphy / Pixabay

De coronacrisis toont aan hoe fragiel het model van een geglobaliseerde economie wel is. Dat weerhoudt de Europese Commissie er echter niet van om volop vrijhandelsakkoorden te sluiten. Maar wat dan met de ambitieuze Farm to Fork-strategie en de Green Deal van diezelfde Europese Commissie? Volgens activist Frans Geys staan die haaks op de recent afgesloten handelsdeals. Mogen we hier dan spreken over greenwashing voor gevorderden?

De coronacrisis heeft ons als consument op een andere manier naar voedsel en landbouw doen kijken. De voedselvoorziening is in Europa niet echt in gevaar geweest, maar het beeld van de lege rekken heeft er toch diep ingehakt. Niet alleen de bevoorradingszekerheid baart de consument overigens zorgen, we zijn vooral ook gaan nadenken over de wijze waarop ons voedsel wordt geproduceerd.

De belangstelling voor lokale producten is fors toegenomen en ook bio en fairtrade zitten in de lift. Die keuze voor meer duurzaamheid lijkt voor heel wat consumenten verworven, zo blijkt uit een peiling in opdracht van Fairtrade Belgium. Onderzoek van het Vlaams Centrum voor Agro- en Vismarketing bevestigt die tendens: producenten in de korte keten draaien tijdens de crisis een merkelijk grotere omzet. 83% onder hen heeft sinds de crisis nieuwe klanten.

Farm to Fork

De op 20 mei voorgestelde Farm to Fork-strategie van de Europese Commissie -een van de pijlers van de European Green Deal- lijkt de post-coronaconsument op het lijf geschreven. Farm to Fork moet de hele Europese voedselvoorzieningsketen -van boer tot bord- duurzaam maken.

De hele Farm to Fork-idee staat volledig haaks op het handelsbeleid waarvoor de EU vandaag nog steeds staat.

Het Farm to Fork-plan, waarop het Europese landbouwbeleid zal worden geschoeid is bepaald ambitieus. Het voorziet in het verminderen van het pesticidengebruik met 50% tegen 2030. Ook de verkoop van antibiotica voor veeteelt en aquacultuur wordt gehalveerd tegen 2030. In datzelfde jaar moet 25% van het landbouwareaal in de EU bestemd zijn voor biolandbouw. Het gebruik van kunstmest moet omlaag. Een ambitieuze productlabeling moet de consument helpen bij zijn keuze voor duurzame voedingsmiddelen.

En ook in haar handelsbeleid zal voor de Commissie duurzaamheid doorwegen. Die laatste ambitie -maar in feite de hele Farm to Fork-idee- staat volledig haaks op het handelsbeleid waarvoor de EU vandaag nog steeds staat en waarvoor, indien het aan handelscommissaris Phil Hogan ligt, de EU ook in de toekomst zal staan.

Volgens Hogan zal de Europese Unie in de toekomst immers net méér vrijhandelsverdragen als CETA, Mercosur etc. sluiten. Alleen zo zou de Europese economie na corona het hoofd boven water kunnen houden, meent de commissaris.

CETA versus Farm to Fork

Het vrijhandelsverdrag CETA tussen de EU en Canada is het schoolvoorbeeld van de manier waarop de EU ook vandaag nog steeds handelsakkoorden sluit. Het Comprehensive Economic and Trade Agreement werd toen het in 2017 in voorlopige werking trad, gezien als de blauwdruk voor de “vrijhandelsverdragen” die de EU in de toekomst zou sluiten.

“Vrijhandelsverdragen” waar niet het wegwerken van taksen centraal staat, maar ook en vooral het opruimen van “niet-tarifaire belemmeringen.” Een noemer waaronder bijna alles kan worden geschoven wat de ongeremde liberale wereldhandel ook maar in de weg kan staan.

De Europese standaarden op het vlak van landbouw en voedsel zijn een doorn in het oog van de Canadezen.

Op het vlak van voedsel en landbouw zijn dat onder meer de Europese standaarden op het vlak van pesticiden, het verbod op het gebruik van hormonen in de veeteelt en de strikte Europese regels met betrekking tot genetisch gemanipuleerde organismen.

De Europese standaarden op het vlak van landbouw en voedsel zijn een doorn in het oog van de Canadezen, die er via “regelgevende samenwerking” komaf mee willen maken. Regelgevende samenwerking houdt in dat ambtenaren van beide verdragspartijen de niet-tarifaire belemmeringen onder de loep nemen en ze “opruimen”.

Dit proces vindt plaats in geheime vergaderingen buiten elke democratische controle om. Ambtenaren in besloten werkgroepen kunnen Europese wetgeving aanpassen zonder ook maar enige controle van democratisch verkozen afgevaardigden.

Wat in die werkgroepen wordt besproken, is geheim, maar de Council of Canadians slaagde erin om de notulen van de bijeenkomst van een van de werkgroepen, het Joint Management Committee on Sanitary an Phytosanitary Measures van 26 en 27 maart 2018, te pakken te krijgen. Naar wat in latere bijeenkomsten van het Joint management Committee is besproken is het gissen, maar er is ongetwijfeld (ook) verder gewerkt op de thema’s die in 2018 aan bod zijn gekomen.

Bovendien zijn er nog andere werkgroepen, onder meer een over biotechnologie, die betrekking hebben op landbouw en voeding. De lectuur van die (onvolledige) notulen biedt een zicht op wat achter de schermen plaats vindt, een agenda die alles behalve spoort met de nobele doelstellingen van Farm to Fork.  

EU-standaarden in de uitverkoop

Het is schokkend hoe ver de EU tegemoet wil komen aan de eisen van Canada, dat regels hanteert die op maat zijn geschreven van zijn belangrijkste exportmarkt, de VS. 

Een heet hangijzer is het pesticidengebruik, in het bijzonder het gebruik van glyfosaat, dat door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als mogelijk kankerverwekkend wordt beschouwd. Glyfosaat wordt in Canada op grote schaal gebruikt, maar ligt in Europa steeds meer onder vuur. Verschillende EU-lidstaten denken over een ban op de toxische pesticide en ook de EU Commissie gaat de weg op van een striktere regelgeving ter zake.

Het Europese beleid is gestoeld op het “voorzorgsbeginsel”, terwijl Canada en de VS producten toelaten zo lang ze geen aantoonbare schade veroorzaken.

Ook de insecticide dimethoaat en de fungicide picoxystrobin (in Canada onder meer gebruikt bij de teelt van graan en soja, maar sinds 2017 verboden in de EU) zijn een twistappel. De Canadese Kamer van Handel en de lobbygroep Crop Life International zetten de Canadese regering onder druk om via ‘de kanalen die CETA voorziet’ de Europese regelgeving inzake pesticiden en bio-technologie op de schop te doen.

Allicht achten de Canadezen CETA een meer doeltreffende hefboom dan het aanvechten van de Europese regelgeving bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waar het Noord-Amerikaanse land samen met de VS een ware kruistocht voert tegen de EU-regels op het vlak van pesticiden, ggo´s en groeihormonen in de veeteelt.

De Canadese onderhandelaars ijveren voor de volledige toelating van glyfosaat in de EU, omdat ‘wetenschappelijk geen risico is bewezen.’ Een argument dat een fundamenteel verschil in visie op (voedsel)veiligheid tussen Canada en de VS enerzijds en de EU anderzijds bloot legt. Het Europese beleid is gestoeld op het “voorzorgsbeginsel”, terwijl Canada en de VS producten toelaten zo lang ze geen aantoonbare schade veroorzaken (met jarenlange veldslagen voor rechtbanken tot gevolg).

Uit het verslag dat de Council of Canadians heeft bemachtigd, wordt pijnlijk duidelijk hoe de Europese onderhandelaars met de billen bloot gaan en zich bereid tonen om de EU-regelgeving in de uitverkoop te zetten. In de notulen staat zelfs letterlijk te lezen dat de EU op termijn de bedoeling heeft om af te stappen van het voorzorgsbeginsel! Je kan je moeilijk voorstellen dat een ambtenaar een dergelijke uitspraak zou doen zonder hiermee het standpunt van de Commissie te verwoorden…

Greenwashing voor gevorderden

De veelbelovende intenties in Farm to Fork klinken tegen deze achtergrond als holle woorden. ‘Een duurzamer EU-voedselsysteem vereist ook van onze handelspartners steeds duurzamere praktijken,’ zo luidt het. ‘Om een geleidelijke overstap op het gebruik van veiligere gewasbeschermingsmiddelen te bevorderen, zal de EU (…) -in overeenstemming met de WTO-regels- overwegen de invoertoleranties (… ) te herzien.’  

De verwijzing naar de WTO-regels is meer dan een formaliteit. De Commissie lijkt zich te willen indekken door haar toekomstige beleid afhankelijk te maken van de regels en standaarden van het door de VS gedomineerde vehikel van de neoliberale globalisering.

De EU wil zich inzetten voor de verhoging van de normen wereldwijd, maar vandaag is ze bereid de bestaande normen op de schop te doen?

Het vandaag -onder meer onder Canadese druk- afzwakken of simpelweg slopen van de bestaande strenge regelgeving staat volledig haaks op wat de EU zegt via Farm to Fork te beogen. De EU wil zich inzetten voor de verhoging van de normen wereldwijd, maar vandaag is ze bereid de bestaande normen op de schop te doen?

Het lijkt wel een omgekeerde processie van Echternach: twee stappen achteruit om één stap vooruit te zetten. Bij de processie is het net omgekeerd. Die gaat dan ook -weliswaar langzaam- vóóruit. Het EU-beleid dreigt ertoe te leiden dat de Europese boer die zich -terecht- dient te houden aan strenge regelgeving, wordt beconcurreerd door overzeese boeren die goedkoop geproduceerd minderwaardig voedsel naar de EU mogen exporteren.    

Wie gehoopt had dat na het vertrek van de Commissie-Juncker de achterkamertjespolitiek en de alomvattende invloed van het bedrijfsleven en zijn lobby’s ook maar een beetje zou worden teruggeschroefd en dat de Commissie-von der Leyen een béétje meer openheid zou brengen, komt van een kale reis thuis.

De nieuwe Commissie, met de dinosaurus Phil Hogan als handelscommissaris, heeft niet één maar meerdere versnellingen hoger geschakeld. Steeds in het grootste geheim en bijna altijd met de Duitse auto-industrie als prominente belanghebbende. onderhandelt de Commissie het ene handelsakkoord na het andere of “finaliseert” ze  gesprekken die al jarenlang lopen zonder ook maar in overweging te nemen dat de wereld ondertussen veranderd is en dat aan handelsverdragen anno 2020 andere verwachtingen worden gesteld dan pakweg aan het eind van de 20ste eeuw.

Verzet blijft

Wat onder meer is veranderd, is het gemak waarmee vrijhandelsakkoorden voeger werden gesloten. Niemand lag er wakker van. Dat is sinds de TTIP-onderhandelingen tussen de EU en de USA -nu zo’n 5 jaar geleden- grondig gewijzigd. Naarmate er meer uitlekte over de in het geheim gevoerde onderhandelingen, groeide het verzet van vakbonden, boerenorganisaties, milieubeweging, consumentenorganisaties en het hele middenveld tegen de handelsdeals TTIP en CETA.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
TTIP ging met de komst van Trump de koelkast in, maar de onderhandelingen zijn ondertussen nieuw leven ingeblazen en zijn nog minder transparant dan voorheen.

In ons land is over de ratificatie van CETA alleen door het federale en het Vlaamse parlement gestemd. Dat betekent dat in Brussel en Wallonië de ratificatie nog op de agenda moet komen.

Het verzet tegen CETA is nooit echt stilgevallen. Het verdrag tussen de EU en Canada is in 2017 voorlopig in werking getreden en pas indien alle Europese parlementen het verdrag ratificeren, treedt het ook ten volle in werking. Die ratificatie loopt niet van een leien dakje.

In Frankrijk kreeg CETA in de Assemblée een krappe meerderheid, onder meer na fel protest van de landbouwsector. Het dossier gaat nu naar de Senaat.

Zeker in de Nederlandse Tweede Kamer was de stemming over CETA een dubbeltje op zijn kant. Ondertussen zijn in Nederland hoorzittingen gehouden met het oog op een stemming in de Eerste Kamer.  De “anti-CETA”-partijen zijn in de Eerste Kamer in de meerderheid, wat ertoe kan leiden dat CETA bij onze Noorderburen niet geratificeerd raakt.

In Nederland heeft een groep juristen stelling genomen tegen het ondemocratische karakter van de “regelgevende samenwerking”. Vaak betreft het verzet tegen CETA vooral het arbitragemechanisme ISDS/ICS, waarmee ondernemingen overheden kunnen vervolgen indien ze menen dat hun investeringsbelangen worden geschaad. Door ook de regelgevende samenwerking te viseren, leggen de Nederlandse juristen de vinger op de wonde.

Verdragen naar het model van CETA en TTIP, waar ambtenaren -in samenspraak met industriële lobby’s- wetgevende maatregelen uitdokteren zonder enige controle door verkozen vertegenwoordigers van het volk, zijn fundamenteel ondemocratisch. Het “uitbesteden” van wetgevend werk is strijdig met de Nederlandse Grondwet. En is allicht ook strijdig met de grondwet van een aantal andere EU-lidstaten.  

Ook in Duitsland lijkt de ratificatie van CETA niet voor morgen. Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat voor een ratificatie van CETA een tweederdemeerderheid in beide Kamers  is vereist.

In ons land is over de ratificatie van CETA alleen door het federale en het Vlaamse parlement gestemd. Dat betekent dat in Brussel en Wallonië de ratificatie nog op de agenda moet komen. CETA is overigens het eerste thema dat door burgers op basis van een petitie met meer dan 5000 handtekeningen kon worden toegelicht voor het Brusselse Parlement.

Ondertussen is het alle hens aan dek om het hoofd te bieden aan het Mercosur-verdrag dat de EU sluit met Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay.

Frans Geys is actief in de beweging van TTIP- en CETA-vrije gemeenten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift