'Minder dan één procent van het budget ging afgelopen jaren naar landbouw'

Politieke machtsstrijd in Congo bedreigt tweede long van de wereld

© Axel Fassio/CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

 

‘In de nieuwe regering van Congo zitten heel uiteenlopende figuren, nieuwe politici maar ook vertegenwoordigers van het Kabila-regime. Die laatste doen er alles aan om de plannen van deze regering te doen mislukken. Als deze regering immers een ander beleid kan voeren, straalt dat heel negatief af op hen.’

Aan het woord is René Ngongo die al een half leven met de wouden van Congo begaan is, als onderzoeker aan de universiteit van Kisangani, als hoofd van Greenpeace Congo, als consultant, maar nu ook als ‘adviseur van de republiek’, meer bepaald als voorzitter van de commissie Milieu en Natuurlijke Rijkdommen. ‘Als raadgever van de republiek kan ik mijn gedacht zeggen. Niemand kan me oppakken omwille van mijn opinies,’ verduidelijkt hij.

Ngongo maakt er geen geheim van dat de regeringen onder Kabila zoveel meer hadden kunnen doen om de wouden van zijn land te beschermen. We kennen immers de oorzaken van het gestage knagen aan het Congolese woud  en daar is bijzonder weinig aan verholpen, aldus Ngongo.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Kabila’s non-beleid

‘Drie dagen op de zeven valt de stroom uit in mijn huis in Kinshasa. Wij kunnen dan niet anders dan koken op houtskool dat afkomstig is uit de bossen van Congo, want er is geen alternatief. Die realiteit geldt voor de vele miljoenen inwoners van Kinshasa maar ook elders in Congo. Er is de voorbije jaren niks gedaan aan het aanpakken van de energie-uitdaging. Nochtans zijn er genoeg mogelijkheden: Congo heeft bijzonder veel waterkracht, en zonne-energie. We kunnen onszelf voorzien van groene energie. Dat is amper gebeurd, en dus gaat de kap van het woud om er houtskool van te maken gewoon door. Om te koken, maar ook voor de explosief groeiende bouwsector waar hout zowel in de constructie zelf, als voor het bakken van stenen, wordt gebruikt.’

‘We zouden onszelf kunnen voorzien van groene energie, maar de kap van het woud om er houtskool van te maken gaat gewoon door.’

De tweede oorzaak van het afkalven van de Congolese wouden is de houtkap. Die is door de opeenvolgende Kabila-regeringen, onder buitenlandse druk, officieel sterk beperkt door het instellen van een moratorium op nieuwe kapvergunningen, maar ‘in werkelijkheid produceren Libanese en Chinese bedrijven onder het mom van ambachtelijke houtkap voor de export. Dat is alleen mogelijk omdat lokale politici zich daartoe lenen. Generaal Amisi is een naam die daarbij al meermaals is gevallen.’

De derde oorzaak van het verdwijnen van het Congolese woud is de traditionele zwerflandbouw waarbij miljoenen boeren tijdelijk bos kappen, vervolgens in brand steken, een jaar bewerken om dan naar een volgend stuk woud te trekken. Dat was best een rationele aanpak toen Congo slechts enkele miljoenen inwoners telde, maar met een bevolking van 86 miljoen Congolezen – en snel stijgend – moeten boeren steeds sneller terug keren naar eerder gekapte stukken woud, waardoor het woud zich niet meer kan herstellen. Het is dus zaak om de Congolese boeren een andere manier van werken bij te brengen, een meer sedentaire landbouw, en akkerbosbouw – landbouw die gecombineerd wordt met het bos.

Micro-niveau toont hoe het wel kan

Dat is mogelijk, onderstreept Ngongo en hij verwijst naar het werk dat de vzw Kisangani de voorbije twintig jaar heeft verricht in en om Kisangani. De vzw werd in 1999 opgericht door Hugo Gevaerts, professor emeritus in de biologie aan de Universiteit Hasselt. De vzw vloeide voort uit het werk dat Gevaerts destijds aan de universiteit van Kisangani verrichtte. Met zijn oud-leerlingen wilde hij nieuwe technieken van akkerbosbouw, rijstteelt en viskweek ingang doen vinden bij de bevolking. Bedoeling was om de levenskwaliteit van de mensen te verbeteren, én het bos in stand te houden. De akkerbosbouw gebruikt bomen die stikstof in de grond brengen, en daartussen worden dan gewassen aangeplant. Het initiëren van de kweek van varkens en konijnen in de regio verrijkt het dieet, maar levert tevens mest op voor de akkerbouw.

Gevaerts: ‘Vanuit de universiteit probeerden wij die landbouwtechnieken op een vijftal plaatsen in de omgeving van Kisangani ingang te doen vinden. Later starten we ook drie lagere scholen op waar het klassieke onderwijs gecombineerd wordt met aandacht voor biodiversiteit en duurzame landbouw. Door proefvelden bij de scholen aan te leggen, wil men dat jongeren van kindsbeen af de nieuwe technieken in de vingers krijgen. ‘Het is immers niet makkelijk om mensen te doen afstappen van eeuwenoude gewoontes’, onderstreept Hugo Gevaerts.

Ngongo die zelf ook studeerde en assistent was bij Gevaert, vindt dat het project van de vzw Kisangani in de loop der jaren nogal wat positieve effecten opleverde. ‘Sociaal in de zin dat het mensen werk verschafte, en voor onderwijs zorgde.  Maar je ziet ook dat mensen hun landbouw beginnen te sedentariseren. De traditionele aanpak van de malènde waarbij gezinnen ver van hun dorp een nieuw stuk woud gaan ontginnen, is op zijn retour. Dat heeft als bijkomend voordeel dat kinderen school kunnen blijven lopen want tijdens de malènde kunnen ze niet naar school gaan omdat er geen onderwijs in de omgeving is. Verder doorbreekt de diversificatie van de productie en de voeding de absolute armoede die de mensen naar de steden drijft.’

Het relatieve succes van zo’n al bij al relatief bescheiden project – Hugo Gevaerts slaagt er via zijn ruime netwerk elk jaar in tussen de 90.000 en 100.000 euro voor het project vrij te maken – roept de vraag op wat er zou gebeuren indien de Congolese overheid structureel haar landbouwers op dezelfde manier zou ondersteunen.

‘Hoewel tachtig procent van de Congolezen van landbouw leeft, ging al die jaren minder dan één procent van het budget naar landbouw.’

‘We hebben dit project ook altijd als een model aangereikt, dat als een olievlek moest werken en dat ook wel ten dele doet’, getuigt Ngongo. ‘Maar de overheid zelf heeft daar amper werk van gemaakt. Probleem is dat, hoewel tachtig procent van de Congolezen van landbouw leeft, minder dan één procent van het budget naar landbouw is gegaan, al die jaren. De middelen die vanuit het buitenland naar ons land kwamen voor de landbouw werden soms afgewend voor persoonlijk belang van onze leiders. Tractoren werden gebruikt voor persoonlijk vervoer.’ 

‘Of neem het grote agro-industriële project van 80.000 hectaren van Bukanga-Lonzo waar de regering liefst 100 miljoen dollar instak. Het was een prestigeproject van toenmalig president Joseph Kabila en zijn premier Augustin Matata Ponyo, dat model moest staan voor 22 gelijkaardige agro-industriële projecten. Het werd gestart in 2014, maar is afgelopen met een sisser. Na een aanvankelijke aanplanting van 3000 hectaren maïs, wordt er nu niks meer geproduceerd. Het project moest op grote schaal mais gaan produceren voor de hoofdstad, maar door slecht beheer is daar bijzonder weinig van in huis gekomen. De zandige gronden van het plateau waren sowieso niet geschikt voor zo’n project,  maar helaas is er nooit een voorstudie gedaan. Triest.’

© Axel Fassio/CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

 

De invloed van het volk en de internationale gemeenschap

Op de vraag of er met de nieuwe president Felix Tshisekedi verandering kan komen, antwoordt Ngongo, zoals eerder al aangegeven, dat zulks allesbehalve evident wordt omdat de oude krachten er belang bij hebben dat er geen verbetering komt. ‘Tshisekedi heeft geen meerderheid in het parlement. De grondwet legt op dat basisonderwijs gratis moet zijn. De Kabila-getrouwen zeggen dan dat dit niks nieuws is, dat zij dat ook gedaan hebben. Wat niet klopt natuurlijk, maar de reden is dat ze niet willen dat Felix er toe goed uit komt, en dus proberen ze stokken in de wielen te steken.’

Ngongo wijst erop dat de bevolking op bepaalde cruciale momenten het verschil kan maken in deze machtsstrijd. ‘In Zuid-Kivu heeft de gouverneur zich bekend tot de oppositiekrachten. Toen de vertegenwoordigers van Kabila die een meerderheid hebben in het parlement van Zuid-Kivu, ermee dreigden de gouverneur af te zetten, kwam het volk op straat met het dreigement dat ze de huizen van de parlementairen in branden zouden steken. Kennelijk heeft dat dreigement een verschil gemaakt voor de gouverneur.’  

Ook in het leger speelt er volgens Ngongo een machtsstrijd tussen Kabila en Tshisekedi: ‘De meeste leiders van het leger zijn benoemd door Kabila en ze blijven hem trouw. Tshisekedi probeert de gewone soldaten aan zijn kant te krijgen door hun salarissen en levensomstandigheden te verbeteren.’

Ngongo wijst erop dat heel wat benoemingen aan de top van staatsondernemingen zoals Gécamines of MIBA nog moeten gebeuren. ‘Nogal wat Kabila-getrouwen blijven voorlopig aan zijn kant in de hoop een van die banen binnen te halen. Als dat niet gebeurt, zullen ze naar het kamp Tshisekedi overhellen. Die laatste kan grondwettelijk gezien, na 1 jaar al en dus vanaf januari 2020, het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven. Hij kan daarmee zijn positie versterken. Kabila maakt daarin geen kans, al speelt men in zijn kamp nog altijd met de gedachte dat ze het laken naar zich toe kunnen halen met een nieuwe vervalsing van de verkiezingen. Het is een beetje zoals de fabel van de kikker en de os. Kabila dreigt zich zodanig op te blazen dat hij ontploft.’   

Ngongo benadrukt ook dat diplomatieke steun voor Tshisekedi de positie van Kabila kan verzwakken. Eerder dit jaar tweette voormalig Afrika-gezant van de Verenigde Staten, Herman Cohen, dat de VS overwogen om een speciaal straftribunaal op te richten om de misdaden tegen de menselijkheid begaan in Congo tussen 1996 en 2019 indien Kabila zich bleef bemoeien met de Congolese politiek. Zo’n rechtbank zou dan de vele mensenrechtenschendingen kunnen onderzoeken die de familie Kabila beging, te beginnen met de slachting in TingiTingi. Daar was het AFDL-leger onder leiding van de jonge generaal Joseph Kabila betrokken partij. Het loutere dreigement met een dergelijk strafhof verzwakt sowieso al de interne positie van Kabila.

Vraag bij dit alles is hoezeer de machtsstrijd tussen de oude en de nieuwe president ten koste zal gaan van de kwaliteit van het bestuur. Het is een vraag die alle Congolezen zich stellen, maar die ook – gezien het grote belang van Congo voor het klimaat van onze planeet – ook alle andere mensen aanbelangt.

© Axel Fassio/CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur