Ashley Dawson over de kwetsbaarheid van (arme) wijken voor klimaatverandering

Houden alleen de rijken het droog?

public domain (CC0)

 

De manier waarop veel steden met een klimaatramp omgaan, maakt de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter, zegt Dawson. In zijn boek Extreme Cities beziet hij het “groene kapitalisme”, waar vastgoedinvesteerders winst proberen te maken met projecten die de stad weerbaar moeten maken en waar stadsbesturen soms niet willen luisteren naar het advies dat het op sommige plekken niet meer veilig is om te bouwen.

Dawson ziet de groeiende sociale ongelijkheid in steden, waar ondertussen meer dan de helft van de mensheid woont, als een van de grootste gevaren in het licht van klimaatverandering. ‘Wat heb je eraan als alleen de rijken zich een klimaatbestendig huis kunnen veroorloven?’

Ashley Dawson
(1965), is professor Engels aan het Graduate Center en het College van Staten Island, van de City University van New York. Hij is auteur van Extreme Cities: The Peril and Promise of Urban Life in the Age of Climate Change en Extinction: A Radical History, plus zes andere boeken over mondiale sociale (on)gelijkheid en anti- imperialisme. Hij is publicist bij het blog- collectief Social Text Collective en oprichter van het Climate Action Lab bij de City University van New York dat activisten, onderzoekers en kunstenaars uitdaagt klimaatpolitiek opnieuw in te vullen, gezien door de lens van de stad. Dawson woont in New York.
Extreme Cities heet je boek: wat bedoel je met een “extreme stad”?

Ashley Dawson: Klimaatverandering gaat samen met extreme weersomstandigheden zoals orkanen of overstromingen. Dat maakt steden, die meestal aan een rivier of de zee liggen, enorm kwetsbaar. De andere betekenis is die van economische, sociale en vaak ook raciale extremen in de stad. Het neoliberalisme, dat zorgt voor het ontmantelen van de staatszorg, gaat daarbij niet helpen. Dat is een groot probleem.

Je schrijft dat je in 2012 in het holst van de nacht wordt gewekt door orkaan Sandy in New York. Die veroorzaakte 160 doden en 65 miljard dollar aan schade. Sommigen hadden maandenlang geen stromend water en elektriciteit. Was dit de “extreme stad” in optima forma?

Ashley Dawson: Absoluut. Hoewel orkaan Katrina in New Orleans dat eigenlijk al zeven jaar eerder duidelijk had gemaakt, voelden we ons in het noordelijker gelegen New York onschendbaar. Orkanen hielden huis in het zuiden van de Verenigde Staten, niet hier. In New York City: the capital of the capital. En toch gebeurde het. Red Hook in Brooklyn, een wijk waar veel Latino’s en Afro- Amerikanen wonen in sociale huurwoningen, was flink geraakt. Er was wekenlang geen elektriciteit, geen verwarming of warm water. Als je oud of ziek bent en op vijf hoog woont, kun je dan je huis niet uit omdat de lift niet werkt. Levensbedreigend.

‘Economische, sociale en raciale verschillen zijn van invloed op de mate waarin je getroffen wordt door de gevolgen van klimaatverandering.’

Niet iedereen in New York kampte met een levens­bedreigende situatie, toch?

Ashley Dawson: In de nasleep van orkaan Sandy zag ik ook hoe bedreven rijke mensen waren. Door de overstroming was het water in de kelders van de wolkenkrabbers van Wall Street gelopen, een elektriciteitscentrale in de buurt was geëxplodeerd. De bedrijven hadden hun eigen pompen en generators ingezet. Het gebouw van Goldman Sachs heeft bijvoorbeeld geen moment zonder stroom gezeten. Het was schokkend om het verschil te zien met de huurders in Brooklyn.

Dit zag je ook tijdens orkaan Harvey in 2017. In Houston bleken sommige wijken geen degelijk watermanagement te hebben; de overstromingen waren het heftigst in de wijken met lage inkomens dicht bij de olieraffinaderijen, waar vooral gekleurde mensen wonen. De raffinaderijen raakten overspoeld, waardoor de omliggende wijken verontreinigd raakten. Dat is nog een voorbeeld van hoe economische, sociale en raciale verschillen van invloed zijn op de mate waarin je getroffen wordt door de gevolgen van klimaatverandering.

bron: Vimeo

Ashley Dawson tijdens een lezing voor het Wolf Humanities Center

Je prijst Nederland in de strijd met het zeewater. Tegelijkertijd zeg je dat we daardoor bijna het gevaar van de rivieren uit het oog waren verloren. Wat is je andere kritiek?

Ashley Dawson: Nederland is toonaangevend in hoe om te gaan met water. Henk Ovink (Nederlands waterbeleidsadviseur, red.) adviseert de Amerikaanse federale overheid en ook de stad New York over watermanagement. Maar toen ik architecten interviewde voor mijn boek, hadden ze ook kritiek op het watermanagementbeleid in Nederland. Zo wordt er nu gebouwd op plekken waar dat beter niet zou gebeuren. Neem IJburg, volgens professor stadsplanning Kimberly Kinder die ik sprak, is deze stadsuitbreiding eerder gedreven door vastgoedbelangen dan door logische berekeningen van de dreiging op een overstroming in Amsterdam.

‘We moeten steden compleet herontwerpen, dat is een enorme uitdaging en kost bakken met geld.’

Het Benthemplein in Rotterdam (een plein in zwembadvorm dat bij hevige buien regenwater opvangt zodat het riool niet overstroomt, red.) is toonaangevend en inspireerde diverse Amerikaanse architecten. Maar de Nederlanders zeiden ook: het is maar één plek. Het Benthemplein alleen kan het waterprobleem niet oplossen. We moeten steden compleet herontwerpen, dat is een enorme uitdaging en kost bakken met geld. Mensen moeten verhuizen, gebouwen moeten worden aangepast: zoiets kan een maatschappij flink onder druk zetten. Niet alleen in de VS maar ook in Nederland, waar de verschillen misschien minder extreem zijn.

De zinkende stad Jakarta wilde een enorme muur bouwen om het zeewater tegen te houden: de Great Garuda. Het project is uiteindelijk niet doorgegaan. Goed nieuws?

Ashley Dawson: De Great Garuda, gefinancierd door vastgoedinvesteerders, zou de vorm krijgen van een feniksachtige mythologische figuur. Er zouden “prachtige” wolkenkrabbers op komen te staan voor de elite. Maar wat op de ene plek werkt, hoeft op de andere niet te werken. Zo wordt het afval in Jakarta geloosd in het water, waardoor de rivieren niet goed doorstromen. En Jakarta heeft slechts één functionerende rioleringsinstallatie. Dus de binnenwateren zijn de belangrijkste uitweg voor het onbehandelde rioolvuil dat de baai instroomt.

Als je een muur bouwt in die baai, houd je al het vuil tegen en maak je er letterlijk een stinkend “shitmeer” van. Dat lijkt me niet echt een plek waar de elite wil wonen. De overheid – de belastingbetaler dus – zou de bouw van de Great Garuda betalen, waarna de luxeappartementen aan investeerders zouden worden verkocht. En dan hebben we het nog niet eens over het zeeleven in de baai dat zou worden aangetast, de inkomsten die de plaatselijke vissers zouden mislopen en de gedwongen verhuizing van de mensen die er al woonden.

‘We moeten accepteren dat er plekken zijn die we niet kunnen redden.’

Is de Great Garuda een voorbeeld van het zoge­noemde rampkapitalisme?

Ashley Dawson: Naomi Klein (Canadese schrijver en activist die zich verzet tegen de dominantie van het neoliberalisme, red.) spreekt van rampkapitalisme als ze het heeft over de privatisering van bijvoorbeeld wegen en bruggen, zoals gebeurde na orkaan Katrina. In haar recente werk gaat het over Puerto Rico, waar bedrijven in de chaos poogden het elektriciteitsnet te privatiseren nadat orkaan Maria er toesloeg. Maar er zijn andere vormen van rampkapitalisme, die te maken hebben met het verkopen van oplossingen in de strijd tegen klimaatverandering. Dus ja, ik denk dat dit een goed voorbeeld is van rampkapitalisme.

In je boek heb je het over klimaatapartheid, wat bedoel je met deze term?

Ashley Dawson: Apartheid refereert aan het historische Zuid-Afrikaanse beleid, waarmee groepen gesegregeerd werden gehouden. In die context kun je ook de huidige hysterie rond migratie plaatsen. Wij helpen migranten nauwelijks. En rechtse partijen, zoals het Alternative für Deutschland en het Front National in Frankrijk, stellen zich uitermate racistisch en chauvinistisch op.

Je ziet dat mensen steeds vaker migreren door aanhoudende droogte of om andere redenen die veroorzaakt worden door klimaatverandering, terwijl niet hun herkomstlanden, maar de rijke landen met hun industrieën daarvoor verantwoordelijk zijn. Die rijkdom is bovendien vaak gebaseerd op kolonialisme en slavernij. Wij hebben een schuld aan deze landen. Volgens de VN-klimaatafspraken dienen de rijke landen de arme landen financieel tegemoet te komen in de strijd tegen klimaatverandering, maar dat gebeurt onvoldoende.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het meest duidelijke voorbeeld van klimaatapartheid is Trumps muur. Maar ook India heeft een muur gebouwd op de grens met Bangladesh.

‘Rijke landen dienen arme landen financieel tegemoet te komen in de strijd tegen klimaatverandering, maar dat gebeurt onvoldoende.’

Hoe maken we onze steden weerbaar tegen orkanen, overstromingen en andere klimaatgerelateerde rampen?

Ashley Dawson: Nederland is een mooi voorbeeld van hoe je met moderne infrastructuur je leven kunt aanpassen aan het water. Er is veel creativiteit en innovatie nodig. Maar als je klimaatbestendige huizen bouwt waar alleen welgestelde mensen kunnen wonen, dan heb je geen goed functionerende stad meer. Die dingen gaan hand in hand.

En we moeten accepteren dat er plekken zijn die we niet kunnen redden. Florida komt deels onder water komt te staan, daar is geen twijfel over mogelijk. Grote delen van de staat Louisiana ook, inclusief New Orleans. En dat is alleen in de VS. In Bangladesh gaat het over een heel land met tien miljoen inwoners dat overstroomt.

Hoe ontwikkelen we beleid dat mensen die migreren daadwerkelijk helpt, in plaats van dat we inspelen op fascistische klimaatapartheid die een maatschappij sociaal ontwricht? Dat zijn de uitdagingen van de toekomst.

De toekomst klinkt niet erg positief in je boek.

Ashley Dawson: De Italiaan Antonio Gramsci (neo-Marxist, filosoof en politicus, red.) sprak over het pessimisme van het intellect en het optimisme van de wil. Dat is mijn motto. Als je kijkt naar hoeveel CO2 we de atmosfeer inpompen, en hoeveel de zeespiegel stijgt, dan weet je dat de kuststeden hard getroffen worden. Zelfs al stoppen we morgen met CO2- emissies, dan blijven de oceanen opwarmen en blijft het ijs smelten. Als je hier rationeel naar kijkt, is het moeilijk om niet pessimistisch te worden. Maar je moet proberen de strijd aan te binden voor een betere toekomst. En creatief blijven. Dat is hoe ik door het leven ga.

Dit interview verscheen eerder op de website van Oneworld

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift