Politiek is collectief, het lokale is mondiaal

Alle partijen moeten klimaatkleur bekennen

 CC0 Public Domain

De planeet zinkt weg, het orkest speelt voort

Het leek een van de diepere inzichten uit de creatieve jaren 1960: het persoonlijke is politiek. Zonder dat inzicht geen gelijke rechten voor holebi’s, geen recht op individuele keuze in zaken van nieuw leven of eigen dood, geen vaderschapsverlof. Dus dankjewel, 1968. De slogan werd echter ook het fundament waarop een toren van persoonlijke identiteiten en daarbij horende politieke eisen gebouwd werd. Het persoonlijke werd daardoor tribaal, verdelend en dus contraproductief. Tijd voor een kleine correctie.

Niet door terug te gaan naar onveranderlijke moraal en conservatieve politiek, wel door het besef te herstellen dat het politieke wezenlijk collectief is. Bestuur moet het individu de ruimte geven om zijn of haar keuzes te maken en te ontwikkelen, dat klopt. Maar bestuur gaat niet alleen over mijn persoonlijke groei, ontplooiing of welbevinden. Bestuur gaat over wat de gemeenschap – in de betekenis van de maatschappij, de stad, de staat, en dus onvermijdelijk: de wereld, vandaag en vooral morgen – aangaat.

Vanaf de eerste schoolstaking in januari werden de klimaatprotesten van de scholieren verdacht gemaakt op basis van hun veronderstelde levensstijlen

Dat politieke basisinzicht is van cruciaal belang nu klimaatverandering centraal op de politieke agenda is komen te staan. Met dank aan een beweging van minderjarigen. Vanaf de eerste schoolstaking in januari werden de klimaatprotesten van de scholieren verdacht gemaakt op basis van hun veronderstelde levensstijlen.

Het begin- en meteen ook dieptepunt van die campagne lag bij Geert Noels, een van de gevierde intellectuelen in dit land, die het politieke protest van de klimaatspijbelaars probeerde weg te zetten met een foto van een festivalweide vol achtergelaten rommel en tentjes.

Het was te zielig voor woorden, want er was werkelijk geen enkel verband tussen protest en verspilling, maar Noels’ tweets en die van duizenden trollen na hem vormden wel een extreem voorbeeld van hoe persoonlijk gedrag gezien wordt als de ultieme graadmeter van politieke standpunten, en van de manier waarop politieke eisen teruggebracht worden tot de individuele levensstijl van wie ze verwoordt.

‘Klimaat heeft geen kleur’, zei Anuna De Wever in een van de vele interviews die ze de voorbije maanden gaf. Dat is een controversiële uitspraak, waar zowat iedereen moeite mee kan hebben. Dat er niet uitdrukkelijker over gestruikeld werd, zegt wellicht veel over de sympathie waarvan de scholieren met volle teugen mogen genieten.

Het is controversieel, omdat de indruk zou kunnen ontstaan dat klimaatbeleid geen politieke keuzes vergt. Dat het iets is waar de hele gefragmenteerde en gepolariseerde samenleving zich wiegend omheen kan verenigen om hand in hand een toekomst te bouwen voor de volgende generatie.

Dat iedereen samen beleid moet maken om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden, betekent niet dat er een vanzelfsprekende consensus is

Dat is niet wat Anuna en met haar de hele klimaatgeneratie bedoelt. Klimaat heeft geen kleur betekent vandaag: een echt klimaatbeleid voeren kan niet wachten tot iedereen er een groene en perfect consequente levensstijl op nahoudt.

Het betekent ook: alle partijen moeten kleur bekennen, niet alleen de strekkingen die van klimaat en milieu hun kernboodschap maken, maar ook de partijen die praten over vrijheid, samenhorigheid, gelijkheid of gesloten grenzen.

Niemand heeft nog de luxe om te doen alsof het klimaat redden een zaak is van de ander. Dat bedoelt Anuna, en dat is een noodzakelijke correctie op een scheefgegroeide erfenis van het jongerenprotest van vijftig jaar geleden.

Maar klimaat is dus wel zeer politiek, want het is meer dan wat ook een zaak van het collectief. Er moeten keuzes gemaakt worden. ‘De klimaatrevolutie kan niet wachten op de rode dageraad, maar zal zeker niet eindigen met een receptie waarop de ceo’s van belastingontduikende of andere multinationals de duim omhoog steken voor een selfie’, schreef ik onlangs in een onlinecommentaar.

Dat iedereen samen beleid moet maken om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden, betekent niet dat er een vanzelfsprekende consensus is. Het betekent wel dat iedereen terug moet naar de essentie van politiek: het collectieve belang boven de individuele keuze stellen. En dat in het belang van alle aardbewoners, want dat is ook belangrijk: het lokale is mondiaal, meer dan ooit.

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur