Ahmet Altan en zijn gave tot verzet

De Turkse middenvinger

© Reporters / Marc MELKI/Opale/Leemage

Ahmet Altan: ‘Je kunt me gevangen zetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden. Ik loop met gemak door muren heen.’

Hij wist het, schrijft hij in zijn boek Ik zal de wereld nooit meer zien. Of hij verwachtte minstens dat hij zou worden opgepakt.

Net als andere onplooibaren in zijn verdomde land was de Turkse schrijver Ahmet Altan elke avond naar bed gegaan met de idee dat hij de volgende ochtend uit zijn slaap kon worden gebeld. Toen het zover was, in de zomer van 2016, trok hij zijn klaargelegde kleding-voor-gebeurlijke-invallen aan, opende de deur, zette water op voor de thee en vroeg de zes politiemannen van de antiterreureenheid of ze een kop wilden.

Het antwoord was minder hartelijk: Ahmet werd, samen met zijn broer Mehmet, journalist en ook schrijver, gearresteerd en zit sinds die ochtend in een Turkse cel. De aanklacht: ‘het geven van een “subliminale boodschap” tijdens een televisieprogramma waar de broers na de militaire coup van 15 juli aan hadden deelgenomen’.

Die bevreemdende aanklacht werd door een rechter later met strakkere taal omgezet in ‘steun aan de Gülenbeweging’ en bijgevolg medeplichtigheid aan de couppoging en bijgevolg het schenden van de grondwet. Zoiets.

De arrestatie van de Altans was de kroniek van een aangekondigde ramp. Ze volgde eerdere overheidscampagnes tegen gülenisten en Koerdische sympathisanten en maakte deel uit van de represailles tegen vele tienduizenden andere burgers, met arrestaties die tot vandaag plaatsvinden.

Begin juli werd Mehmet Altan door het Hof van Cassatie vrijgesproken. Voor Ahmet werd zijn levenslange celstraf omgezet naar nog “slechts” vijftien jaar. Was dat ondanks of dankzij de pen die hij al die tijd als middenvinger – beleefd maar onbuigzaam – had opgestoken?

Daar in het Gezipark braken mensen de ketenen van angst in hun eigen hersenen. ‘We zullen niet meer zwijgen.’

Dat hij schrijft, houdt hem sterk en optimistisch, vertelt zijn vrouw in een videogesprek met PEN International, de auteursvereniging die wereldwijd ijvert voor vrije meningsuiting. Toch gaat het om meer dan om een wisselwerking met de woorden die uit Altans pen vloeien. Het is die koppigheid, die gave tot verzet, die durf. Ahmet Altan deelt die met zijn broer en zijn vrouw, met zijn advocaten – in Turkije snel vogels voor de kat – die zijn literaire essays tussen andere documenten naar buiten smokkelden. Hij heeft een zelfde stijfkop als het brede en diverse Turkse middenveld dat weigert te zwijgen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Over de Koerdische kwestie, over de inbreuken van democratische basiswaarden, over het muilkorven van de pers, over de rechten van minderheden en mensen die niet passen in Erdogans beeld van de ideale Turk. Hij is net zo koppig als architecte Mücella Yapici, die een blad voor de mond nemen vergeleek met een sigaret rollen zonder vloeitje.

Terwijl ik dit schrijf, zit Yapici in het gerechtshof van het zwaarbewaakte Silivri, als een van de zestien aangeklaagden in het Gezi-proces. Voor een tweede keer wordt ze beschuldigd van een poging om de regering omver te werpen. De omgekeerde redenering heet dat: Gezi, een vredevol protest van burgers tegen verregaande stadsontwikkeling, werd in 2013 met geweld door die regering de kop ingedrukt. Wat echter niet onderdrukt werd, zegt Yapici, was de middenvinger tegen de angst. Daar in het Gezipark braken mensen de ketenen van angst in hun eigen hersenen. ‘We zullen niet meer zwijgen.’

‘Ik ben een schrijver’, zegt Ahmet Altan. ‘Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden. Ik loop met gemak door muren heen.’

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur