Troeven en zwaktes van de EU in de wereld van 2020

Hoe zwaar zal de EU wegen in de wereld van 2020?

Illustratie © Bram Van Looveren

 

Europa had zich, na zijn “operatie collectieve zelfmoord” van de twee wereldoorlogen, enigszins uit de mondiale machtsstrijd teruggetrokken. Wijs geworden door zinloos vergoten bloed. Klein geworden door de zelfvernietiging van die twee oorlogen. Daardoor konden de Europese staten tijdens de Koude Oorlog niet meespelen met de twee grote jongens, en schuilden ze onder de paraplu van de VS, of werden gedwongen te schuilen onder die van de Sovjet-Unie. Wel beseften veel Europeanen dat ze in de vuurlijn tussen de twee supermachten lagen. Daarom hechtten de Europeanen veel belang aan vrede en ontwapening en waren de grootste betogingen van de Koude Oorlog vredesmarsen tegen het installeren van kernraketten in West-Europa. De Europese eenmaking was een vredesproject én een economisch project. Een geopolitieke rol stond niet voorop.

Toen de Koude Oorlog voorbij was, belandden we in het unipolaire moment waarin de VS dachten dat ze nu voor lange tijd de enige supermacht waren. Hun overwinning op het communisme leidde tot een triomfalisme dat economisch, door doelbewuste deregulering, zou uitlopen op de financiële crisis van 2008. En politiek-militair op de dwaasheid van de illegale inval in Irak in 2003.

Ontwaken in een andere wereld

Terwijl de VS en de EU na 2008 worstelden met de crisis, groeiden China en andere opkomende landen als kool. Tussen 2009 en 2017 groeide de Chinese economie met 130, de Indiase met 96 procent – die van de VS met 34 procent. In die periode nam de EU-economie globaal gezien amper in omvang toe: Duitsland groeide wel, maar zuidelijk Europa kromp. In 1990 was de EU goed voor een kwart van de wereldeconomie, in 2014 was het nog 17 procent.

In de VS zit er al veertig jaar lang bijna géén beweging in de lonen van de gewone man, terwijl de topinkomens de pan uitrijzen.

Tegen 2015 was China de derde economie ter wereld en al vier keer zo groot als de Duitse, de grootste economie van Europa. Het Rusland van Poetin wilde weer meetellen na de vernederingen van de jaren negentig, onder meer door opnieuw een invloedszone te scheppen. Dat verklaart de Russische militaire avonturen in Georgië, Oekraïne (in de eerste plaats de Krim) en Syrië. Dat Rusland kiest voor het militaire is begrijpelijk, want economisch is het een dwerg, nauwelijks twee keer zo groot is als… Nederland.

Intussen beleefde de wereld een tijdperk van globalisering waarin kapitaal, goederen en mensen zich nogal vrij over staatsgrenzen konden bewegen. Veel multinationale ondernemingen werden daar beter van en het verhaal was dat iederéén er automatisch beter van zou worden. Dat klopte niet, zo werd de voorbije vijftien jaar almaar duidelijker.

In de VS en het Verenigd Koninkrijk werden weinig pogingen ondernomen om de voordelen van de globalisering beter te verdelen onder de bevolking. In de VS zit er al veertig jaar lang bijna géén beweging in de lonen van de gewone man, terwijl de topinkomens de pan uitrijzen. Dat leidde tot de ontevredenheid die de verliezers van de globalisering deed kiezen voor Brexit en Trump.

De verkiezing van een Amerikaanse president die zich afvroeg of de NAVO nog wel nodig is deed Europa dan weer twijfelen of het zich nog wel tegen de VS kon aanvlijen. Obama had zich al naar Azië gewend, maar met Trump werd nog een heel andere dimensie betreden. Na haar eerste ontmoetingen met Trump besloot de Duitse kanselier Merkel in de zomer van 2017 dat ‘de tijden dat we volledig op anderen konden rekenen deels voorbij zijn. Dat heb ik de voorbije dagen ondervonden. Wij Europeanen zullen ons lot in eigen handen moeten nemen.’

Invloed hebben op je omgeving en de wijdere wereld is vaak noodzakelijk als je stabiliteit en welzijn in eigen huis wilt behouden.

Anders gezegd: de Europeanen kunnen minder achter anderen schuilen en moeten openlijker erkennen dat macht geen vies woord is maar een noodzaak als je je belangen wilt verdedigen en bijvoorbeeld invloed wilt uitoefenen op je omgeving en de wijdere wereld. Dat laatste is vaak noodzakelijk als je stabiliteit en welzijn in eigen huis wilt behouden. De burgeroorlog in Syrië met zijn Syriëstrijders en migratiestromen bewijst dat: voor de VS is het een ver-van-hun-bedshow, in Europa heeft het directe invloed op veiligheid en politiek. Maar Europa komt niet verder dan de dingen ondergaan.

Betekent dit dat de EU moet gaan meespelen in een ouderwetse geopolitieke machtsstrijd? We kunnen niet vooruitkijken, maar zeker is dat deze eeuw de vorige niet is. De mensheid kan het zich nu moeilijker permitteren om zoals in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw nog eens twee decennia groepsinstincten en nationalisme te laten betijen. Niet alleen omdat de vernietiging door een wereldoorlog met de huidige militaire middelen zonder weerga zou zijn. Maar ook omdat klimaatverandering, en algemener ecologische kwesties, directe draconische maatregelen vereisen en dus internationale samenwerking. Ook het behoud van financiële stabiliteit, volksgezondheid, innovatie is het best gediend door samenwerking.

Coöperatie is dus noodzakelijk, concurrentie wellicht onvermijdelijk. Het is niet of-of: beide zullen de relaties tussen de grote blokken van deze wereld kenmerken.

Europese soft power

In die hedendaagse wereld van coöperatie en concurrentie kan de EU een belangrijke rol spelen. Eerst als levend bewijs dat samenwerking tussen landen loont. Er kan behoorlijk wat soft power uitgaan van de Europese tradities, regels en instellingen. De EU werkt inspirerend voor de Afrikaanse Unie, die vorig jaar bijvoorbeeld een vrijhandelszone op het Afrikaanse continent opzette, maar ook andere EU-instellingen wil navolgen.

‘China heeft dan weer zijn instelling voor intellectuele eigendomsrechten grotendeels gebaseerd op de Europese Patent Organisatie (EPO),’ zegt Yann Ménière, hoofdeconoom van de EPO. ‘De kwaliteit van onze patenten is bekend. Het is een stukje soft power.’ Het Europese model van de emissiehandel maakte als instrument van de strijd tegen klimaatverandering eveneens school op diverse plaatsen in de wereld. Vaak zijn multilaterale samenwerkingsverbanden sterk geïnspireerd door de EU en haar lidstaten.

Om te kunnen inspireren moet de EU ook geloofwaardig eenheid uitstralen. De balans tussen de verantwoordelijkheid van lidstaten om de eigen winkel op orde te houden en de solidariteit tussen lidstaten als er ergens problemen zijn is daarbij cruciaal. De eurocrisis was daar geen bijster goede illustratie van: Griekenland kreeg het zwaar te verduren, onderlinge solidariteit bleek maar beperkt voorradig. De migratiecrisis verried eveneens weinig solidariteit: Italië en Griekenland werden dikwijls aan hun lot overgelaten; Zweden en Duitsland vingen het leeuwendeel van de Syrische vluchtelingen op. Afspraken onder lidstaten waren heel moeilijk te maken en werden daarenboven niet nageleefd.

Als die balans tussen eigen verantwoordelijkheid en solidariteit niet goed zit, bedreigt dat niet alleen de interne samenhang, wie weet zelfs het pure overleven van de EU, maar uiteraard ook de impact van de EU in de wereld. Iedereen weet het als de keizer geen kleren aan heeft.

Als het beleid als onrechtvaardig wordt ervaren, dreigt een nationalistische terugslag, zoals de Brexit en de verkiezing van Trump aantonen.

Samenhang is niet alleen belangrijk tussen de lidstaten maar ook binnen de lidstaten zelf. Als het beleid als onrechtvaardig wordt ervaren, dreigt een nationalistische terugslag, zoals de Brexit en de verkiezing van Trump aantonen. Om te overleven moet de EU dus een in voldoende mate sociaal beleid voeren.

De Brexitsaga heeft weinig afgedaan van de aantrekkingskracht van de Unie. De chaos in het Verenigd Koninkrijk is eerder een pleidooi om bij de Unie te blijven dan wat anders. Dat verklaart ook waarom de EU momenteel weer meer steun geniet bij haar burgers. 43 procent van de ondervraagden in de eurobarometer zei eind 2018 een positief beeld te hebben van de EU, tegen twintig procent een negatief. Op het hoogtepunt van de eurocrisis lagen beide cijfers rond de dertig procent. De vraag is wel in hoeverre de Brexit de externe geloofwaardigheid van de EU ondergraaft.

Economische reus

Soft power is het vermogen om anderen spontaan ertoe aan te zetten je na te volgen, maar heeft de EU ook hardere macht? Als ze cohesie weet te behouden, heeft ze die momenteel zeker nog. Economisch, technologisch en wetenschappelijk blijft de EU immers een reus, op hetzelfde niveau als de VS en China. Alle andere landen zitten in een andere categorie. Als de EU met die twee andere giganten handelsverdragen sluit, is dat dus als gelijke. Als we met de VS en China over een vrijere handel praten, willen zij dat evenzeer als wij – de EU heeft immers een even grote markt –, en hebben we dus een goede onderhandelingspositie.

Tussen de drie reuzen kan de EU de machtsbalans doen doorslaan in deze of gene richting. Om die reden wilden de VS, onder president Obama, graag een trans-Atlantisch handelsverdrag (TTIP): als de VS en de EU samengaan, kunnen zij de mondiale standaarden inzake technologie en regulering bepalen. Trump blies evenwel TTIP af, tot tevredenheid van velen die om andere redenen geen vrijhandelsverdrag met de VS wilden.

‘Data zijn de olie van de toekomst.’

De opgelopen (handels)spanningen tussen China en de VS bieden de EU kansen. Niet alleen zal de EU soms de lachende derde zijn die de markten binnenhaalt die de twee andere reuzen elkaar ontzeggen door elkaars producten te belasten, maar de steun van de EU is nu nuttiger, omdat die kan helpen de andere te isoleren. Inzake klimaatbeleid kunnen China en de EU één lijn trekken. China heeft de EU nodig om het open handelssysteem overeind te houden; samen kunnen de VS en de EU China tot toegevingen dwingen op het gebied van intellectuele eigendomsrechten en gedwongen technologieoverdracht.

Techreus

Ook technologisch en wetenschappelijk blijft de EU een koploper. Dat bevestigt de EPO, een van ’s werelds leidende patentorganisaties. Bijna de helft van de meer dan 166.000 patentaanvragen die de EPO in 2017 ontving kwam uit Europese landen. De VS volgden met ruim een kwart van de aanvragen, vervolgens Japan met dertien procent en China met zes procent (een toename met een zesde sinds 2016). Ook belangrijk om te weten: er gaan meer patentaanvragen vanuit Europa naar de Amerikaanse en Chinese patentinstanties dan omgekeerd.

Ook voor de patentaanvragen op het gebied van de vierde industriële revolutie speelt de EU volop mee, zegt Yann Ménière van de EPO: ‘We zijn sterk op vele gebieden van onderzoek naar artificiële intelligentie (AI). Het klopt dat we geen techreuzen hebben zoals Google of Amazon, of hun Chinese tegenhangers Baidu of Alibaba. Dat is een zwakte, want zo hebben we ook minder data, en data zijn de olie van de toekomst. Maar wij zorgen dan weer wel voor een mondiale reguleringsstandaard in de vorm van de GDPR (General Data Protection Regulation, Algemene verordening gegevensbescherming).

‘Als het gaat om AI heeft Europa echt wel troeven, maar we moeten ze wel blijven uitspelen.’

Als het gaat om AI hebben we echt wel troeven, maar we moeten ze wel blijven uitspelen.’ Rainer Osterwalder, de woordvoerder bij de EPO, vult aan: ‘Soms zie je berichten dat de EU achterloopt inzake AI. Dat klopt dus niet als het gaat om het onderzoek. Waar we wel achterlopen, vooral tegenover de VS, zijn de praktische toepassingen.’

Innoverend China

Ménière benadrukt ook dat we af moeten van het idee dat China inzake technologie een nakomer is: ‘China heeft ons ingehaald. Ze zijn nu ook zelf innovatief. Chinese ondernemingen vragen nu zelf om een bescherming van hun innovaties. We moeten hen dus ernstig nemen op dat gebied. Het kan ook een voordeel zijn voor de rest van de wereld. Wij moeten niet bang zijn maar blijven werken.’

Dat is ook de visie van professor Dirk Inzé, wetenschapsdirecteur van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Op het terrein van de biotech rekent hij China, naast de traditionele grootmachten Europa en de VS, Japan en Zuid-Korea, bij de wereldtop. ‘In tien jaar hebben ze een gigantische stap vooruit gezet. Ze hebben er veel middelen in gestoken, onder meer om wetenschappers naar de beste labs ter wereld te sturen. Van de driehonderd mensen die hier werken, zijn er vijftig Chinese doctoraalstudenten. Ze hebben zelf ook goede universiteiten en er heerst een sterke onderlinge wedijver tussen hun uniefs en toptalenten.’

Inzé benadrukt dat we deze samenwerking niet louter in termen van spionage en concurrentie mogen bekijken. ‘Ze willen win-winrelaties ontwikkelen die de tand des tijds kunnen weerstaan – dat zijn levenslange connecties. We hoeven niet per se bang te zijn. Er is een heel coöperatieve sfeer, grote openheid, ze zijn leergierig maar wij kunnen ook van hen leren. Ik denk dat wetenschap net als muziek en sport een terrein is waar we over de staatsgrenzen heen kunnen samenwerken en zoeken naar oplossingen die de mensheid vooruithelpen.’

Waar technologie en het militaire samenkomen ontstaat harde macht, zo leert de geschiedenis. Dezer dagen geldt AI wat dat betreft als de heilige graal. Dr. Raluca Csernatoni, gastdocent aan het Instituut voor Europese Studies van de VUB, relativeert: ‘AI is veel ruimer dan alleen maar militaire macht en winst, het zal ons leven veranderen. De EU is ook bezig met die meer maatschappelijke aspecten, ook de ethische kant van killer robots, of de privacy van gegevens. Dankzij haar enorme markt heeft ze nog steeds een groot potentieel om dingen op de agenda te zetten, zoals ze deed met de GDPR. Anders dan in de VS bestaat in de EU ook geen afkeer van regelgeving en lijkt de commissaris voor Mededinging, mevrouw Vestager, niet te koop door de grote bedrijven.’

Csernatoni wijst verder op de machtsconcentratie bij de grote techbedrijven zoals Google, Facebook, Amazon en hun Chinese tegenhangers, en de mate waarin die bereid zullen zijn mee te werken aan defensieonderzoek. Csernatoni: ‘Data worden steeds belangrijker in militaire aangelegenheden en mensen kunnen die data niet zonder machines verwerken. De grote techbedrijven bezetten daar sleutelposities.’ En spelen daardoor ook een rol in de geopolitiek. Daarmee zijn we bij de hardste macht beland.

Militaire reus?

De EU besteedt meer aan defensie dan China en Rusland samen, en moet toch bang voor hen zijn, schrijft Sven Biscop, hoogleraar internationale politiek, in zijn nieuwe boek European Strategy in the 21st Century. De reden is dat de lidstaten 28 relatief kleine legertjes aanhouden en amper samenwerken. Daardoor is de EU ook niet strategisch autonoom: dikwijls kan de EU niet militair ingrijpen zonder hulp van de VS. Kennelijk heeft het aantreden van Trump nogal wat EU-leiders ertoe aangezet om daaraan iets te veranderen.

De EU besteedt meer aan defensie dan China en Rusland samen, en moet toch bang voor hen zijn.

In juni 2017 maakte de Europese Commissie de details van het Europees Defensiefonds (EDF) bekend. Vanaf 2021 zal dat Fonds jaarlijks 500 miljoen euro besteden aan defensieonderzoek. Van dan af zal ook jaarlijks één miljard euro besteed worden aan projecten van militaire capaciteit: het EDF zal daarbij telkens twintig procent financieren van een project waar minstens twee lidstaten bij betrokken zijn. In juli 2017 drukten Frankrijk en Duitsland de wens uit om samen een nieuw gevechtsvliegtuig te bouwen. ‘Potentieel is het EDF een zeer belangrijke nieuwe factor in de Europese defensie’, aldus professor Biscop. ‘Het is de eerste keer dat de EU zoiets doet,’ beaamt Raluca Csernatoni van de VUB. ‘Zij het dat de bedragen ongetwijfeld veel kleiner zijn dan in de VS.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ook de Permanent Gestructureerde Samenwerking ofte PESCO, een in het Verdrag van Lissabon vastgelegde mogelijkheid om een kerngroep van landen hun defensie meer te laten integreren, werd in juli 2017 geactiveerd door liefst 25 van de 28 lidstaten. PESCO en EDF samen mogen niet meteen als onbetekenend worden voorgesteld, vindt Biscop. ‘Het kan het begin zijn van een werkelijke Europese defensiepoot.’

Hoe verder?

Blijft de EU nog lang een economische en wetenschappelijke reus, of blijven we een verouderend continent dat almaar kleiner wordt tegenover de andere blokken en dus almaar minder invloed heeft? De tendens is zeker dat de EU trager groeit en verhoudingsgewijze kleiner wordt. De Brexit maakt het blok sowieso al kleiner. De vraag is ook hoeveel migratie de EU zal toelaten ter compensatie van de vergrijzing en hoeveel invloed dat zal hebben op de interne samenhang. Migratie drijft momenteel immers de spanningen tussen en binnen de lidstaten op.

Cruciaal is de vraag of de EU de samenhang tussen de lidstaten en de sociale cohesie binnen de lidstaten kan behouden.

Meer in het algemeen rijst de vraag of de EU de samenhang tussen de lidstaten en de sociale cohesie binnen de lidstaten kan behouden – en dus het nationalisme en euroscepticisme in bedwang kan houden. Alleen als ze daarin slaagt, zal ze eigen projecten kunnen formuleren waarmee ze haar nut kan bewijzen voor de Europeanen en waarmee ze haar invloed in de wereld enigszins op peil kan houden. Het zijn erg belangrijke vragen. Laten we hopen dat ze in alle lidstaten op de voorgrond staan bij de komende verkiezingen.

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur